In de periode dat ik met mijn ondertussen befaamde Corsa door Zuid-Limburg reed om her en der les te geven, kwam ik ook op plekken waar ik andere muziekactiviteiten verzorgde. Zo kwam ik bijvoorbeeld in Cadier en Keer terecht om bij Stichting Jem Jam workshops te geven aan jonge en jongvolwassen verstandelijk -en lichamelijk gehandicapten. Als je in je 2e studiejaar zit en op eigen houtje al eens voorzichtig het werkveld induikt, ben je afhankelijk van mensen die je kansen geven en ervaring laten op doen. Dat kon bij Jem Jam. Want er zijn dagen geweest dat ik een workshop tot in de puntjes had voorbereid, maar het in de praktijk totáál niet werkte. Materiaal heb ik regelmatig thuis laten staan, snaren zijn gesprongen, teksten van liedjes vergeten en ga zo maar door. Af en toe heb ik de plank redelijk mis geslagen dus (niet alleen bij Jem Jam), maar van dat soort momenten leerde ik eigenlijk nog het meest. Dat geef ik mijn leerlingen nu zelf ook mee. Fouten maken is goed! Je wordt op de proef gesteld, uitgedaagd, je creativiteit wordt geprikkeld en je leert omgaan met onverwachte situaties.

In diezelfde periode ben ik gevraagd om de nieuwe pianiste van kinderkoor Vivace Eijsden te worden. Daar heb ik meteen ja op gezegd en al snel ging ik elke week, uiteraard met de Corsa, de Bukel af om samen met Miranda in zorgcentrum de Bron repetities te geven. Het bleek een belangrijke stap te zijn geweest, want ik heb het ‘koor-gebeuren’ sindsdien nooit meer kunnen loslaten. In de jaren erna nam ik ook in Mheer het kinderkoor over (met de onmisbare Tineke die elke repetitie koekjes, sinaasappelsap en overweldigende liefde kwam brengen) en startte in Sint Geertruid het jongerenkoor Joy dat momenteel nog steeds bestaat onder de naam Zangkoor Sing for Joy. Vorig jaar richtte ik kinderkoor Tsjakka! op. Een kans voor alle kinderen uit de gemeente om ongedwongen en zorgeloos te genieten van zingen en dansen.

Dat ik het zo belangrijk vind het zorgeloze te behouden is iets dat ik denk ik uit mijn reizen naar Uganda en Kenia heb gehaald. Daar zie je het overal, elke dag. Behalve de bekende uitspraak ‘hakuna matata’ (geen zorgen) roep ik regelmatig ‘pole pole’ (rustig aan). Het ongekunstelde en niet-binnen-de-lijntjes-kleuren passen wat mij betreft in datzelfde rijtje. Durf die remmen maar eens los te gooien! Geneer je niet op momenten dat je compleet jezelf kan zijn. En eentje voor de perfectionisten onder ons: een lied hoef je echt niet altijd perfect te kunnen zingen of spelen, als je er maar van geniet.

Ik woonde in dit tweede deel van terugblikken nog bij mijn ouders in Sint Geertruid. Een aantal leerlingen heb ik zelfs nog bij hen in de woonkamer les gegeven realiseer ik me nu! Geweldig. De laatste jaren dat ik nog thuis woonde was de zolderkamer mijn ‘domein’. Daar studeerde ik voor mijn havo-eindexamen, trok ik me als lastige puber terug, keek ik naar de maan en sterren, fantaseerde ik over een Volkswagen-busje en waar ik overal naartoe wilde reizen. Ik schreef er mijn eerste liedjes, mijn scriptie en hoogstwaarschijnlijk dat kleine Etalage-artikeltje waar het allemaal mee begon. Mijn ouderlijk huis zou ik verlaten in augustus 2010, een maand na mijn afstuderen. Tijd voor een eigen plek. Die vond ik in Eijsden. Het dorp waar ik me sinds dag één goed, welkom en thuis heb gevoeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here