In de laatste twee van de bijna zes jaar dat ik in de flat heb mogen wonen heb ik veel nummers geschreven. Meestal gebeurde dit ’s avonds laat of ’s nachts, vaak in combinatie met de meest goedkope rode wijn die de Plus in de schappen heeft staan. Voor de liedjesschrijver in mij is dit de meest ‘vruchtbare’ en inspiratievolle periode geweest. Ik heb die schrijfdrang tot de dag van vandaag niet meer zo gevoeld als toen. Bijna alle liedjes van mijn eerste (en enige) album Little Lights kropen toen ook uit mijn pen. Op twee na, waarvan On the Wing (deze schreef ik op mijn 17e in de trein) en Both Sides Now (dit is een cover van de grote Joni Mitchell waarvan de tekst al mijn eigen nummers samenvat). 

Zo schreef ik één van de nummers na het overlijden van de moeder van mijn toenmalige ‘buurf’. Het verdriet rond die tijd bracht mij weer terug naar een moment toen ik 20 jaar was en mijn beste vriendin en ik een vriend hebben zien verongelukken. Daar heb ik nooit een woord over kunnen opschrijven. En ik schreef véél, bijna dagelijks. Niet in een geheim dagboek of iets dergelijks, maar in een klappertje. In de vorm van verhalen, anekdotes of liedteksten. Maar over dat ene moment kon ik nooit schrijven. Totdat ik bij mijn buurf als stilzwijgende troost op de bank zat en de woorden als het ware in mijn hoofd voor me werden klaar gelegd. Die nacht schreef ik het nummer in één keer op, met mijn eigen opgekropte herinnering in mijn achterhoofd waarvan de woorden eindelijk op papier kwamen te staan, maar gericht op iets dat eigenlijk voor iedereen geldt. Namelijk dat we verdrietige dagen niet mogen en hoeven te vergeten. Denk eraan terug, vergeet ze niet, haal er het goede uit. Over de titel hoefde ik ook niet lang na te denken. Dit werd The Words. 

Ook schreef ik voor mijn toen nog kersverse vriend Ruud het liedje Pebble. Ik ben niet zo van het schrijven van de ‘I-love-you-and-I-never-wanna-lose-you’-nummers, daar zijn er al genoeg van. Dit nummer gaat er over hoe de liefde in de dierenwereld werkt en hoe geweldig leuk het zou zijn als wij bijvoorbeeld net als pinguïns de mooiste kiezelsteen op straat zouden gaan zoeken en deze elkaar zouden geven als ultiem liefdessymbool. Of het liedje ‘Magic Machine’; een nummer over avontuur, reizen en dat Volkswagen-busje waar ik al jaren over droomde. Een paar maanden nadat ik het nummer schreef stond die bus voor de flat. Geen Volkswagen, maar een grote, rode Ford met zwaailampen bovenop het dak. Ook wel bekend als Billie.

De nummers die ik schreef speelde ik nooit voor iemand. Hoogstens voor de toevallige luisteraar (de buren) of tijdens een gezellig feestje waar een glaasje wijn of twee wonderen kan doen. Toch kregen goede vrienden en familie me zo ver om ermee naar buiten te treden en een voorstelling te plannen waar ik voor het eerst mijn eigen nummers en de verhalen erachter ten gehore zou brengen. Dit gebeurde in september 2015 in het Pesthuys theater in Maastricht. De voorstelling was snel uitverkocht (ik snapte er oprecht niks van) en ik vond de spreekwoordelijke ballen om nog een tweede avond in de verkoop te gooien. Ook deze verkocht uit. Nu ik dit schrijf voel ik die kriebels nog. Hoe kon het dat zoveel mensen nieuwsgierig waren naar mijn nummers? Wie had er nou behoefte aan mijn verhalen over pinguïns, busjes en mijn liefde voor het heelal (‘Little Lights’)? Kon ik de verwachtingen wel waar maken? Ik kreeg antwoord op al mijn vragen en het waren de twee meest bijzondere avonden met alleen maar lieve mensen die een lach en een traan met me kwamen delen. Ik legde mijn hart volledig bloot, mijn kaarten op tafel. Doodeng. Maar heel vet. Dit smaakte naar meer. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here