Tijdens de Dag van de Cramignon vertelde Armand Opheij een stukje over de achtergrond van de cramignon en waarom wij de traditie op de Unesco lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed willen plaatsen.

De Cramignon is een traditie die ons verbindt. In het dorp zelf maar ook tussen de dorpen onderling: de jonkheden zijn erbij, muziekgezelschappen van 4 harmonieën en liefhebbers van folklore uit de dorpen van de Basse-Meuse in Wallonië en de gemeente Eijsden-Margraten.

Ieder dorp kent zijn eigen cramignon en doet dat op zijn eigen manier. Mensen van Eijsden weten vaak niet dat in Noorbeek ook de cramignon leeft, en die weten vaak niet dat 15 kilometer verder in Hermalle een cramignon wordt gedanst (met dit jaar 338 koppels). Dat is misschien wel een van de meest verrassende constateringen: we kennen elkaars tradities niet, ondanks dat er maar een paar kilometer weg of water tussen zit.

Het is immaterieel erfgoed pur sang: je kunt het niet aanraken. Een traditie van honderden jaren oud, waarbij de melodieën op het gehoor gespeeld werden. Het is net als in de ketting van de cramignon: als één iemand los laat, breekt-ie in tweeën. Als één generatie los laat, en de muziek niet meer doorgeeft aan de volgende generatie, dan is die traditie weg. Zo is het gegaan in bijvoorbeeld Margraten en Cadier en Keer, die vroeger een cramignontraditie kenden, maar nu niet meer.

Dat is ook de reden dat we het initiatief hebben genomen om de cramignon op de Unesco lijst te plaatsen. Om de traditie beter te leren kennen, te waarderen en doorgegeven wordt aan de nieuwe generatie.

De traditie leeft bij ons nog in Eijsden, Oost-Maarland, Gronsveld, Mesch, Sint-Geertruid, Mheer, Banholt en Noorbeek. Stuk voor stuk liggen ze aan de grens. Daar moeten we ook de oorsprong zoeken, in omgeving van Luik en kronkelt dan als het ware stroomafwaarts met de Maas mee. Aan de Belgische kant leeft de cramignon nog volop in de Basse-Meuse, de streek ten noorden van Luik langs de Maas, in de dorpen in de valleien van de Maas, de Jeker en de Bolland.

En dus staken we afgelopen zomer de grens over, met de heren Serge Filllot en Alain Dethise naar Hermalle, naar Eben en Emael. We zagen een indrukwekkend schouwspel van kleuren en klanken. Wat leeft die traditie daar! En het zijn de jongeren die er letterlijk aan trekken. De jeugd, de jonkheid, la jeunesse, heeft er een actieve rol voor zowel de meisjes en de jongen. Reien van honderden jongeren die uit volle borst meezingen, vaak in het Waals dialect. Het maakt de Waalse cramignon wat uitbundiger en vuriger dan de Limburgse die wat ingetogener zijn.

Beschrijving
In het Limburgs spreken we eerder van een ‘rei’ dan van aan cramignon. Als een rei gespeeld wordt, dan wordt er gereid. Met de cramignon wordt zowel de muziek, het lied als de dans bedoeld. Altijd op het tempo van de 2/4 of 6/8 maat.

In Wallonië wordt de cramignon gedanst met de kermis van de kerkpatroon en bij ons met de bronk. Vroeger overigens bij vrijwel elk dorpsfeest. Van oudsher werd er gereid op de laatste bronkdag. Ook dat zien we nog in veel dorpen terug.

Zowel in Wallonië als in Limburg gaat de kapitei van de jonkheid (Li capitinn’ of Li mineû) voorop in de rei, met in zijn linkerhand een bos bloemen, en in de andere zijn rei-meisje. Li filyète. Eijsden vormt een uitzondering: daar gaat de rei-meid voorop. In de Waalse dorpen is de laatste van de slinger Li cowe, de staart: een rol voor de luitenant van de jonkheid, die met zijn rechterhand ook met bloemen zwaait.

In de tijd gaat het op en neer met de cramignon: soms verliest hij de aandacht en soms is er een opleving. Zoals rodn 1870. Dan verzamelt de high society zich in sjieke gebouwen om achter een glas wijn over de cultuur van het gewone volk te praten. In Maastricht richt de sociëteit Momus zich op de carnaval en de sociëteiten in Luik op de cramignon. Die schrijven wedstrijden uit waarbij de mooiste cramignonliedjes gepubliceerd worden.

Roden en blauwen
Het is ook in die tijd, dat de nieuwe liberalen ideeën botsen met de meer traditionele katholieken. De conservatieven kiezen de rode kleur van het Heilig Hart. De liberalen dragen in de processie het beeld van Maria en kleuren blauw. Er ontstond een felle competitie tussen rood en blauw, die in bijna alle Waalse dorpen nog steeds de boventoon voert, in Eijsden zien we precies hetzelfde.

Tegenwoordig kennen de leden de betekenis van de kleur niet meer. Je bent rood of blauw volgens familietraditie of door vriendschap, niet op basis van een politieke overtuiging.

De pastoor
Rond 1900 moest de cramignon het bij de jeugd afleggen tegen modernere dansen als de wals en de galop, die een stuk intiemer waren. Dan zijn het juist de pastoors die de cramignon een impuls geven om de ‘verdorven’ nieuwerwetse dansen te ontmoedigen. Daardoor overleefde de cramignon op het platteland en verdween hij in de steden Luik en Maastricht. De bemoeienis van de pastoor is nog te herkennen in de traditie in Eijsden: daar leidt hij zelfs even de rei.

Het repertoire
Onderzoek naar het repertoire van de cramignons heeft nog niet echt plaatsgevonden, bijvoorbeeld waar ze vandaan komen en hoe ze aan elkaar gerelateerd zijn. Aan Nederlandse kant vormen de melodieën maar een klein repertoire. Alles bij elkaar gaat het om ongeveer 16 melodieën. Eijsden speelt 11 verschillende: 3 door de blauwe en 8 door de rode. Mheer kent er 5 waarvan er een of twee op Eijsdense gelijken. Bij de roden hebben ze allemaal namen zoals ‘de vink’ en ‘de musch’. Bij de blauwen alleen ‘Jeanitteke’ en in Mheer ‘Sjtukske sjeenk’. De andere zijn genummerd of worden met de begintonen aangegeven zoals ‘do-fa-mi-fa-la-do’.

In Wallonië gingen de liedjes vroeger over de liefde (Les Coqs), nu zijn ze vaak satirisch van aard gericht op de cramignon van de andere kleur (Vive lès Rodjes, La Paskèye) of gaan over de Waalse folklore (C’est des Canailles, fré Hinri).

Unesco project
Omdat het om dezelfde traditie gaat hebben we elkaar opgezocht om elkaar en elkaars tradities beter te leren kennen. Om de traditie levendig te houden. Tegenwoordig is dat niet meer zo vanzelfsprekend.

We werken samen in een Euregionaal comité aan de erkenning op de Unesco lijst. De aanvraag voor de nationale lijsten in Wallonië en Nederland is ingediend. De burgemeester van Oupeye heeft al laten weten dat de brief van de Waalse regering met de erkenning in aantocht is. De Nederlandse aanvraag is in behandeling. De komende tijd gaan we werken aan een erfgoedzorgplan met activiteiten gericht op het levendig houden van de traditie.

We onderzoeken de traditie en de cramignonmuziek, en de activiteiten in het zorgplan zullen vooral op de jongere jeugd gericht zijn. Alles in samenwerking met de jonkheden, harmonieën, heemkundeverenigingen en iedereen die de cramignon een warm hart toe draagt.

Binnenkort beginnen de eerste cramignons en gaan we weer bij elkaar op bezoek: we hopen dat velen van u de moeite nemen om een kijkje te komen nemen bij elkaar de bij de Waalse buren.

De traditie heeft zich aan beide kanten van de grens verschillend ontwikkeld, maar nog altijd zijn er overeenkomsten te horen. Sommige Waalse en Limburgse melodieën lijken zo op elkaar dat ze zonder twijfel terug gaan op dezelfde bron. Je hoort onmiddellijk de overeenkomst tussen bijvoorbeeld la Daye, die in Haccourt, Hermalle, Eben en Emael gespeeld wordt, en de rei die ze in Mheer als ‘ Sjtukse sjeenk’ kennen en in Eijsden als d’n Os.

Na deze toespraak speelden de harmonieën van Mheer en Eben-Emael hun versie en nadat de heer Alaine Dethise had gesproken speelde Koninklijke Harmonie Sainte Cecile uit Eijsden ‘de Vink’ en de Koninklijke Oude Harmonie uit Eijsden ‘Jeanniteke’ dat door een Eijsdenaar is geschreven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here